Naar inhoud springen
De dialogen

Echte gesprekken, in de situaties waar volwassenen in terechtkomen.

Elke dialoog is opgenomen met twee mensen die in de taal leven — bij een bakkerij, bij een kliniek, op een markt, bij een schoolpoort. Twaalf onderwerpgebieden. Acht talen. De manier waarop de taal werkelijk wordt gebruikt.

01 Twaalf onderwerpgebieden

Waar de gesprekken werkelijk plaatsvinden.

01
Dagelijkse handel
Bakkerijen, markten, buurtwinkels, het kiosk bij de metro.
02
Gezondheidszorg
Huisartsbezoeken, apotheekbalies, inloopklinieken.
03
Vervoer
Treinen, taxi's, bussen, het vliegveld, de weg vragen.
04
School en gezin
Gesprekken tussen ouders en docenten, de schoolpoort, de speelplaats.
05
Werk
Standups, sollicitatiegesprekken, borrels na het werk, de kantoorkeuken.
06
Horeca
Restaurants, cafés, eten bestellen, om de rekening vragen.
07
Burgerleven
Het stadhuis, immigratie, het postkantoor, de bank.
08
Buurt
Buren begroeten, om hulp vragen, lenen, uitlenen.
09
Vriendschap
Plannen maken, roddels, grappen, halve zinnen.
10
Noodgeval
Hulp inroepen, spoedeisende zorg, gevonden voorwerpen.
11
Toerisme omgekeerd
Inwoner zijn, geen toerist — de manier waarop locals werkelijk praten.
12
Kinderen
Spreken met en rond kinderen: scholen, speelplaatsen, gezin.

Een voorbeeld? Schrijf je in voor de wachtlijst.